img_1636.jpgimg_1640.jpgimg_1643.jpg

In de ketel: Duivekater

Onder de kurk: koffie, thee, chocolademelk of anijsmelk

In Noord-Holland is Duivekater een echte wintertraditie. In december is het bij veel bakkers te krijgen. Zelf denk ik dat dit brood al heel oud is, het heeft de vorm van een bot, en was oorspronkelijk een offerbrood. Ik vermoed dat het Germaans van oorsprong is. Het is niet moeilijk te maken en de smaak is dankzij boter, een beetje suiker en citroenrasp erg luxe.
In de Herberg maakte ik er eentje voor het kerstontbijt. Met dank aan het Nederlands Openlucht Museum, die het recept gratis verstrekt aan klanten die het bakkertje in de Zaanse buurt bezoeken.

nodig:

400 gram bloem of gebuild tarwemeel
75 gram suiker of honing
1,5 dl. melk
20 gram verse gist of 7 gram gedroogde
40 gram gesmolten boter (niet te heet verwerken)
rasp van een halve citroen
beetje zout
losgeklopt eiwit om het brood te bestrijken
 

  • Meng 150 gram bloem met de gist en 1,5 dl. melk. Dit noem je een zetsel.
  • Laat dit beslagje 30 minuten rijzen.
  • Doe de rest van de ingrediënten er bij en kneed alles tot een soepel deeg.
  • Laat 15 minuten rijzen. Verwarm de oven voor op 225 graden.
  • Vorm een ovaal brood en knip de uiteinden op drie plaatsen in.
  • Draai de punten naar opzij (zo vorm je de uiteinden van het bot)
  • Maak in het midden strepen of ronde vormen met een mesje.
  • Bestrijk het brood met losgeklopt eiwit, laat het nog 15 minuten rijzen.
  • Bak ongeveer een half uur in de oven op 225 graden.