Vandaag dronk ik op de wijk-Kerstmarkt een glaasje Glühwein, geschonken door de leden van het Utrechts Wijnmakers- en Wijngaardeniersgilde. Zij hadden kant-en-klare flessen gekocht, in twee varianten, met en zonder alcohol. Ik probeerde de alcoholvrije variant, die met een schijfje citroen erin toch lekker verwarmend was op deze koude en soms natte zondag.
Twee weken eerder dronken we in Lille al een bekertje vin chaud, gekocht bij een van de vele verkopers die in deze tijd overal in noordelijk Europa op Kerstmarkten staan. Samen met de houten huisjes, de Kerstmuziek uit de luidspekers en de glanzend blauwe souvenirmokken is het vaak een kitscherig geheel, maar wel gezellig.
Voor ons zijn dergelijke warme dranken dan ook vooral feestdranken, gedronken in koude maanden bij speciale gelegenheden als Sinterklaas of Kerstmis.

Voor warme wijn, bisschopswijn, Gluhwein, mulled wine of Glögg bestaan honderden recepten. Elders op Wijnkronieken gaf ik er al eens eentje. Al bladerend in een receptenboek met oude huisdranken vond ik gisteren weer een andere, die ik hieronder zal weergeven. De schrijfster van het boek, Nelly Engels-Geurts, meldt bij het hoofdstukje over warme dranken dat het oorspronkelijk geen feestdranken waren, maar geneesmiddelen, goed tegen de hoest, verkoudheid, griep en dergelijke. Dat zal voor veel van deze dranken zeker gegolden hebben, aangezien wijn in de middeleeuwen vaak ook als geneesmiddel werd beschouwd.

Voor een koude natte dag in de Adventstijd daarom nog eens een verwarmend warme-wijnrecept, ook te bestellen in Herberg De Ketel en de Kurk.

Bisschopswijn

1 fles rode Bordeaux-wijn
1 sinaasappel of mandarijn
10 kruidnagels
1 hele nootmuskaat of enige blaadjes foelie
circa 80 gram suiker

Giet de wijn in een emaille pan (geen aluminium), waar een goed sluitende deksel op past. Doe er een fles water bij (wat mij betreft optioneel). Steek de kruidnagelen in de gewassen sinaasappel of mandarijn. Leg deze met de andere kruiden in de pan en laat enige uren trekken op een heel laag pitje trekken, bijvoorbeeld op een theelichtje zetten, of op het sudderplaatje. De kruiden uit de drank halen, suiker toevoegen en voorzichtig in de glazen uitgieten. Als je een lepeltje in het glas zet, is er minder kans dat de glazen springen door de warmte.

Uit: Meiwijn, Saliemelk, Gemberbier – Oude huisdranken, door Nelly Engels-Geurts, Maasbree 1981